Cher - Chair - Share

Benoît Gob is als kunstenaar moeilijk onder één noemer te plaatsen. Performer, danser, acteur, muzikant, designer en beeldend kunstenaar zijn maar een greep uit de verschillende mogelijke omschrijvingen. Geboren te Luik studeert Benoît Gob elektromechanica, maar al snel wordt duidelijk dat hij schilderkunst zou volgen aan l’Academie des Beaux- Arts. In 1995 verhuist hij naar Brussel en studeert verder aan L’Institut National SupÈrieur des Arts du Spectacle et de Technique de Diffusion (INSAS). Maar Benoît Gob wordt als jonge telg uitgenodigd om mee te werken aan een theaterstuk van Fransz Marijnen en haakt enkele maanden voor het behalen van zijn diploma af. Een eerste duiding van een onvoorwaardelijke passie voor de kunsten. Na zijn professioneel debuut op de scène wordt hij opgemerkt door Wim Vandekeybus, één van de founding fathers van de Belgische hedendaagse dans en choreograaf van Ultima Vez. Benoît Gob is momenteel performer bij NEEDcompany, één van de belangrijkste Belgische muziek- en podiumkunstengezelschappen waar de interdisciplinaire kunstenaar Jan Lauwers het hedendaagse kunstenlandschap doet beven in de voetsporen van Andy Warhol’s Factory.

Benoît Gob werkt aan een indrukwekkend oeuvre dat aansluit bij zijn flamboyante podiumcarrière. Enkele maanden geleden ging ik op atelierbezoek bij de voor mij tot dan toe nog onbekende, maar illustere beeldend kunstenaar. Ik werd er letterlijk ondergedompeld in ‘le monde Gob’. Zijn appartement-atelier staat in het teken van zijn kunstenaarschap. Schilderijen, assemblages en collages staan gestapeld tussen talloze archiefdozen met tijdschriften, objets trouvés en objets bricollés. De veelheid aan penselen, lijmtubes, spuitbussen, objecten, snippers en knipsels getuigen van zijn dagelijkse artistieke arbeid. Het bespreken van de verschillende facetten van het multidisciplinaire werk van Gob zou ons voor deze tentoonstelling te ver leiden. Een esthetische duiding van de ongeremde creativiteit in zijn collages is reeds een heuse uitdaging.

De op het eerste zicht vanzelfsprekende, bijna bij uitstek hedendaagse, collagetechniek zou ik historisch zeer summier willen schetsen. De collages en assemblages deden hun intrede in de Schone Kunsten op het einde van de belle époque. In het begin van de twintigste eeuw integreerden kubisten als Picasso en Braque sjablonen met letters en cijfers op hun doeken. De eigenlijke assemblage en fotocollage behoort veel meer tot het dadaïstische erfgoed. Duchamp en andere dadaïsten wilden de bestaande burgerlijke cultuur ontmantelen. De onedele, alledaagse materialen die ze gebruikten voor hun readymades, assemblages en collages bleken een perfect medium te zijn. Het publiek vond de herkenbaarheid van het object zelf op dat moment schokkend en vulgair. Het uit het dadaïsme ontstane surrealisme, maar ook later de pop-art en het nouveau-realisme hebben de assemblages en collages tot volle ontplooiing laten komen. De collage kan dus gezien worden als één van de rode draden doorheen de 20e eeuw die vandaag nog steeds floreert in een 21e eeuw van cut and paste.

De tentoonstelling ‘Cher, Chair, Shaire’ is een uitgelezen kans om de extreem kritische fantasiewereld in het creatieve brein van Gob onder de loep te nemen. Een vergrootglas zou handig zijn om Gobs voorliefde voor het detail ten volle te aanschouwen. Gob benoemt zelf het thema van de tentoonstelling ‘Cher, Chair Share’. De samengestelde huiden op zijn werken ziet hij als ‘la chair comme entité epidermique’. Het woord ‘entiteit’ vindt zijn oorsprong in het Latijnse ens, wat een ‘zijnde’ betekent, en entitas dat vertaald wordt als ‘het zijn van een zijnde’. De opperlaag, het omhulsel, het vlees of de huiden van zijn epidemische entiteiten genereren een aanwezigheid. Door de opbouw van de opperlaag in gerecupereerde beeldfragmenten verleent Gob hen een identiteit als vlezig object, ‘mes objets charnelle’ zoals hij die zelf omschrijft. Deze gerecycleerde associaties van herkenbare beelden verlenen Gobs geassembleerde objecten een mate van geschiedenis, een reeds geweest zijn. Door ze een nieuwe, vaste vorm te geven, meestal in een niet-definieerbare ruimte, creëert hij ‘un être’. De tentoongestelde werken, vaak opgebouwd uit twee of drie panelen, herkennen als het ware hun onderling aanwezig zijn. Deze schone mutanten zijn de acteurs in Gobs futuristische droomwereld. De voorliefde van Benoît voor het poppenspel en de toneelscène drijft hem om collagekundig zijn ‘objets epidermiques’ een verkleefd beklijvende hoofdrol te laten spelen op vaste dragers.

De tentoonstelling zou men kunnen opdelen in de dualiteit van de huid. Twee onthullende werelden die elkaar tegemoet komen in ‘le monde Gob’. Enerzijds ziet men symbolisch beladen collages refereren naar een doorgedreven, door materialisme versluierde wereld. Entiteiten opgebouwd uit juwelen, schedels, sexy slangenhuiden, kronen en versneden pornosterren schreeuwen in pop-art aandoende agressieve vormen voor aandacht. Ze ogen prachtig en integreren een esthetische schoonheid, maar bij nader inzien duiden ze subtiel een cultuur, waar geladen met geweer en veel kapitaal de grote thema’s van liefde en dood worden herleid tot fancy pictures waarin het mens-zijn verdwijnt. Sculpturen van resterende menselijke huid worden onder stolpen bewaard met het zicht op een levenloos maatpak met vallend mes. Toch kan ik me niet ontdoen van de idee dat Benoît deze materialistische pop-(art)cultuur iets aangenaams, luchtig en onbezonnen geeft. Een einde van een tijdperk die geen keuze had. Maar Benoît is blijkbaar in zijn beeldtaal niet iemand die wacht. Zijn fantasiewereld verleent hem de mogelijkheid om een futuristisch surrealistische wereld te creëren. Een wereld van cyborgs en vlezige entiteiten die gemuteerd door een biotechnologische genetica in een oerknalvormige context zweven. De huiden van honderden pornosterren en bodybuilders worden hybride vormen die versmelten met de resten van een hoog-technologische, industriële samenleving in een wereld waar enkel de poëzie zegeviert.


Homepage
Sven Vanderstichelen